All posts by Mr.Fredlee

De melancholie van de Gibbons

Opeens, omstreeks half drie vanmiddag, begon een van de Gibbons in Artis zijn geluid te maken. ‘Zijn’ omdat ik denk dat het een van de zwarte Gibbons is en zwarte Gibbons zijn mannetjes. Een smachtende, melancholieke kreet. Ik weet niet of het voor die Gibbon ook melancholiek is, voor mij in ieder geval wel.

Waarom ze dat geluid maken; geen idee. Ik stel me voor dat het een verlangen is naar iets onbereikbaars, een verlangen naar de jungle die ze misschien nooit hebben gekend. Ze kennen nu alleen dat eilandje en dat kleine hok in Artis. Maar melancholie is iets dat ík aan ze toe ken. Geen idee van het gevoelsleven van een Gibbon, het zal meer met mijn eigen gevoelsleven te maken hebben. Melancholiek omdat we op dit moment geen rondje Artis kunnen doen. Of omdat ik niet om negen uur voor de poort kan staan, om als een van de eersten naar binnen te kunnen, naar een rustig Artis.

Biloxy

Speel en zing ik daarom de laatste tijd zo vaak Biloxi van Jesse Winchester? Jesse Winchester was een Amerikaan die in 1967 naar Canada uitweek om te ontsnappen aan de dienstplicht en aan Vietnam. Biloxy ligt aan zee, in het zuiden van de Verenigde Staten, waar hij werd geboren en opgroeide. Biloxy is een mooi en – voor mij in ieder geval – zwaar melancholisch lied:

Down around Biloxi
Pretty girls are swimming in the sea
Oh they look like sisters in the ocean
The boy will fill his pail with salted water
And the storms will blow from off towards New Orleans

The sun shines on Biloxi
The air is filled with vapors from the sea
And the boy will dig a pool beside the ocean
He sees creatures from a dream under the water
And the sun will set from off towards New Orleans

The stars can see Biloxi
The stars can find their faces in the sea
We are walking in the evening by the ocean
We are splashing naked in the water
And the sky is red from off towards New Orleans

Hij schreef het, denk ik, toen hij niet terug kon naar Amerika en in het koude Canada zat. Mooi en troostend lied, tijdens deze corona-blues.

Een dag als vandaag

De dag kwam op gang door een mededeling van de agenda die op mijn scherm verscheen: uitslag CT-scan. Ah, oh ja, de uitslag van de niet afgenomen CT-scan. Mijn longarts heeft wel wat anders aan zijn hoofd en die CT-scanners kunnen ze op dit moment beter gebruiken dan voor een scan van mijn onduidelijke pre-corona-longklachten.

Ik probeerde met mijn vingerafdruk mijn telefoon te openen, maar te veel mislukte pogingen. Onze vingertoppen slijten van al dat handen wassen. Over een paar dagen hebben we geen vingerafdrukken meer over. Gelukkig hebben we de pincode nog. Op naar Appie die voor de deur een pijlen systeem op de grond had geplakt: die kant erin, die kant eruit. Ik vroeg me even af waar de karretjes waren, die op een nieuwe plek waren opgesteld. Verder was het er om kwart over acht heerlijk rustig.

Buiten horen we het gebrul van de vuurspuwende draak, waarmee de mannen van Zaanstad Dakwerken de binnenplaats van de Binnenkadijk voorzien van nieuwe teerrollen en nieuwe betegeling. Binnen in de huiskamer is het stil en is alleen het geblader op onze e-readers te horen.

Sjalalalie sjalalala,

Alle duiven op de Dam, dat dacht ik toen ik al die duiven op de Dam zag. Een paar verdwaalde mensen, maar heel veel duiven. Ik fietste wat rond, om te zien hoe Amsterdam eruit zag.

Rust op de Dam, rust in de Damstraat. Rust op het Damrak en in het Centraal Station. Het was beter fietsen dan lopen door de stad. Lopend gaan mensen soms niet uit de weg. Dat blijft raar. Op de fiets voel je je veiliger.

Een folie à deux…

Vannacht, toen het nog donker was hoorde ik rumoer van stemmen buiten. Geluid van een vrachtwagen. Hoe laat was het eigenlijk? Waren daar de mannen van de hijskraan alweer die vorige week allerlei spullen de Binnenkadijk hadden in- en uitgehesen? Kwart voor vijf! Was dat niet een beetje vroeg voor die hijskraan en ik voelde naast me naar Linda. Ze was er niet en ik hoorde haar stem vanuit de huiskamer.

Beneden stonden een ladderwagen van de brandweer, een ambulance en nog een wagen van de brandweer. Er liepen heel veel mannen van de brandweer in gele overalls en rode helmen en twee mannen met witte overalls aan. De brandweermannen bevestigden een brancard op de ladder van de ladderwagen en omhoog ging de ladder. Het was een onwezenlijk scène. Ze transporteerden iemand naar buiten. Schuin onder ons.

De lampen op de helmen van de brandweermannen schoten links rechts en naar boven en onder. Even waren we ergens anders, niet op onze vriendelijke Binnenkadijk. Natuurlijk denk je op zo’n moment aan corona. Het kon natuurlijk ook iets heel anders zijn, maar de eerste gedachte op dat moment was toch dat: corona. Een en ander verliep gesmeerd en de ambulance vertrok. Beneden kwam er een brandweerman aan die de anderen met ontsmettingsmiddel begon af te spuiten. De onderdelen van de ladder die eventueel met de zieke in aanraking gekomen waren kreeg dezelfde douche.

En weg waren ze. Een kleine drie kwartier later lagen we weer in bed en lazen de krant, de dagelijkse corona-bode. Geen van de buren bleek de dag erna iets te hebben meegekregen van dit hele gedoe. Het leek wel of Linda en ik aan een folie à deux, een zinsbegoocheling leden. Alletwee een boze droom. Zoals deze hele corona-blues.

Niks aan de hand… Of toch?

Voor mij, freelancer die toch altijd al thuis werkte, gebeurt er weinig anders dan voorheen. Ik sta op, ontbijt en ga dan werken aan Computer Creatief. In plaats van ‘s middags boodschappen doen, doen we dat nu ‘s ochtends. Net nadat de ouder-dan-wij-van-dagen boodschappen hebben gedaan gaan wij de Appie in. Dan is het nog rustig.

Na het werken aan Computer Creatief is het alweer bijna lunchtijd. Dan een dutje en misschien wat werken aan mijn Oude Schoorlse zeedijk-project. Eind van de middag nog even een wandelingetje en dan op de terugweg een haring kopen bij Kras voor bij de Duvel. Niks aan de hand eigenlijk. Zo is eigenlijk een gewone, rustige dag. Niks aan de hand. Niks anders dan anders.

Nou ja, niks… Zenuwachtig kijk ik net na tweeën op de site van de Volkskrant naar de nieuwste cijfers van de Corona-doden. Begint het al een beetje te zakken? Drukken wij de curve plat? Liggen de IC’s al vol? Hoe is het in Amsterdam? Even kijken op het live-blog van Het Parool. In de ochtend hebben we natuurlijk al onze temperatuur opgenomen en doorgegeven in de OLVG-app, samen met hoe vaak we hebben gehoest en of we neusverkouden zijn. Ik wil eigenlijk er op uit, fotograferen van die lege stad. Die Corona-blues zit in de achtergrond echter voortdurend op de loer.

Bij een goed boek, bij een goede film of serie is die blues even weg en lijkt er niks aan de hand. Maar dan is ie er weer, als je de krant bekijkt, het journaal aanzet of een foto van je kleinkinderen ziet en je weet: die zie je voorlopig alleen op een foto of een scherm. Blues… Stay away from me…