Van Tapia de Casariego naar Ribadesella – dag 14

Tapia de Casariego was leuk genoeg om er ooit nog een keer terug te komen, maar nu wilden we  naar Ribadesella. Daar waren we vijf jaar geleden ook geweest en ontdekten op de laatste dag dat het aan de andere kant van de rivier veel leuker was. Daar was het échte Ribadesella! Dat wilden we deze keer beter bekijken. Toen hadden we een hotel dat we pas na heel lang zoeken vonden. Nu hadden we een route die ons er spontaan langs voerde. En nu hadden we weer een hotel dat we slechts te voet konden vinden.

Na een ietwat moeizame rit reden Ribadesella binnen. Het was zondag en het was er stervens druk. Er was iets van feest, het stadje gonsde van de activiteit. Veel auto’s, héél veel auto’s zochten een parkeerplek. Wij wilden alleen maar naar het hotel en daar onze auto kwijt. Google Maps moest ons er deze keer naartoe geleiden. We werden een straat ingeleid langs de haven en moesten ergens rechtsaf, omhoog de berg op. Maar die straat of dat straatje wilde zich niet aan ons openbaren. De weg langs de haven liep dood en ik moest omkeren op een nauw plekje waar normaal gesproken boten te water werden gelaten. Andere auto’s toeterden achter me bij mijn manoeuvres en een bestuurder wierp me een vuile blik toe.

We besloten aan de andere kant van de rivier een parkeerplaats te zoeken – ons stond bij van vijf jaar geleden dat daar de meeste kans was op een plekje – en te voet op zoek te gaan naar ons hotel.  Ook te voet was het niet eenvoudig om het hotel te vinden. Uiteindelijk vonden we een straatje met aan het eind trappen die omhoog leiden naar het hotel. So far, so good. Met de auto konden we die trappen in ieder geval niet op.

We hadden een parkeerplek gereserveerd bij het hotel en vroegen de eigenaar hoe we dat kleine binnenplaatsje konden bereiken. Lang verhaal kort: via een moeilijke weg heel smal – de man van het hotel gaf het aan met zijn handen – konden we het hotel bereiken. We liepen de weg terug naar de auto en besloten om de auto lekker aan de andere kant van de rivier te laten staan. Een parkeerheld ben ik niet, zeker niet op dat kleine binnenplaatsje van het hotel. Later zagen we auto’s van gasten moeilijk manoeuvreren langs de afgrond van de klif. Telkens was ik blij dat we de auto daar niet hadden staan.

Panoramakamer

Onze hotelkamer was heel bijzonder. In deze kamer hadden we uitzicht over de hele haven en baai, zelfs uit het raam van de plee was het uitzicht panaromaal.

We gingen beneden – de trappen af naar straatniveau – wat drinken en eten. We zagen dat het een hele mooie, rode zonsondergang aan het worden was, aten snel ons eten op en gingen snel naar onze panoramakamer om er de zon te zien zakken. Die zakte natuurlijk achter de bergen, maar het schouwspel buiten was prachtig. De mist kroop in het dal. Het licht bleef nog lang spelen op het strand aan de rechterkant, waar een baan van licht nog uit de bergen leek te komen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *