Een folie à deux…

Vannacht, toen het nog donker was hoorde ik rumoer van stemmen buiten. Geluid van een vrachtwagen. Hoe laat was het eigenlijk? Waren daar de mannen van de hijskraan alweer die vorige week allerlei spullen de Binnenkadijk hadden in- en uitgehesen? Kwart voor vijf! Was dat niet een beetje vroeg voor die hijskraan en ik voelde naast me naar Linda. Ze was er niet en ik hoorde haar stem vanuit de huiskamer.

Beneden stonden een ladderwagen van de brandweer, een ambulance en nog een wagen van de brandweer. Er liepen heel veel mannen van de brandweer in gele overalls en rode helmen en twee mannen met witte overalls aan. De brandweermannen bevestigden een brancard op de ladder van de ladderwagen en omhoog ging de ladder. Het was een onwezenlijk scène. Ze transporteerden iemand naar buiten. Schuin onder ons.

De lampen op de helmen van de brandweermannen schoten links rechts en naar boven en onder. Even waren we ergens anders, niet op onze vriendelijke Binnenkadijk. Natuurlijk denk je op zo’n moment aan corona. Het kon natuurlijk ook iets heel anders zijn, maar de eerste gedachte op dat moment was toch dat: corona. Een en ander verliep gesmeerd en de ambulance vertrok. Beneden kwam er een brandweerman aan die de anderen met ontsmettingsmiddel begon af te spuiten. De onderdelen van de ladder die eventueel met de zieke in aanraking gekomen waren kreeg dezelfde douche.

En weg waren ze. Een kleine drie kwartier later lagen we weer in bed en lazen de krant, de dagelijkse corona-bode. Geen van de buren bleek de dag erna iets te hebben meegekregen van dit hele gedoe. Het leek wel of Linda en ik aan een folie à deux, een zinsbegoocheling leden. Alletwee een boze droom. Zoals deze hele corona-blues.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *