Naar Getxo

Het volgende doel was Bilbao. Daar wilden we het Guggenheimmuseum bezoeken, iets dat we al jaren geleden van plan waren. We wilden echter niet een hotel in de binnenstad van Bilbao, met in ons achterhoofd de parkeerproblemen die we in Santiago hadden. Geen parkeergarage, geen drukke binnenstad waar het hotel niet te vinden was, we wilden iets rustigs. Bijvoorbeeld een plek buiten Bilbao vanwaaruit we naar de binnenstad konden reizen.

Met een beetje googlen op de site van het museum, kwam ik op een stadje boven Bilbao waar de metro van Bilbao naartoe ging: Getxo (Spreek uit als Getjo).
Geen idee of het wel of niet een leuke plek was, maar we vonden een hotel vlakbij een metrostation en Getxo lag aan de monding van een baai. Aan zee dus. Metro én zee op loopafstand van het hotel!
De aardige hotelier vertelde honderduit over Getxo en wat er allemaal zo leuk was. Een hele leuke oude shuttle brug, een oud vissershaventje, het strand, hij bleef maar leuke dingen van Getxo opnoemen. Oké. Oké. We kwamen hier eigenlijk alleen maar om makkelijk naar het Guggenheim te komen.
‘s Middags gingen we kijken op het strand. Daar stak op dat moment een heel merkwaardige, harde wind op, die ons pal met heel veel zand in het gezicht blies. Wij waren op weg naar die leuke, oude vissershaven met allemaal alleraardigste restaurantjes, zoals de hotelier ons had voorgespiegeld, maar het leek ons nu beter om de mensen te volgen die en masse de andere kant opliepen, weg van het zand en de wind. We kwamen uit bij een jachthaven – een moderne haven – maar ook in een jachthaven zijn restaurants. Bier, broodjes en later inktvis, een grote salade en mosseltjes. Mmmmm…

Van Ribadesella naar Suances – dag 16

Bij het ochtendgloren keken we door een van onze panoramaramen: mist! Dikke mist, maar daar, helemaal links bij de bergen, kwam daar niet een straaltje licht? Ik pakte mijn Fuji, gereed tot mooie mistfoto’s.

In onze panoramakamer kon ik toch te weinig zien en fotograferen. Nu ja, genoeg, als ik van het ene raam naar het andere zou gaan, maar daar maak je geen panorama’s mee. Dus schoot ik in de kleren en liep naar boven de heuvel/berg op, dezelfde tocht als gisteren. Het resultaat? Kijk maar naar de foto’s. Langzaam loste de mist op.Het werd helderder, er kwam meer kleur. Zo mooi had Ribadesella zich nog niet aan mij getoond. Oh, om een keer alle seizoenen hier mee te maken en honderden seizoenspanorama’s te maken… Nu ja, iets voor een andere keer of andere tijd.
Terug in het hotel pakten we de koffer. Eerst nog even ontbijten bij Las Vegas en onze digitale administratie doen. Weer was ik blij dat we met de koffer de trappen afgingen en niet met de auto op het parkeerterreintje eng langs de afgrond van de klif moesten scheren. Onze auto vond dat waarschijnlijk ook, die had al genoeg aan de krassen van de parkeergarage in Santiago…

Suances

Met onze korte ritjes van ongeveer twee uur hadden we op de kaart geprikt en kwamen we uit bij Suances. Suances, we hadden geen idee of het een leuke plek was, maar via booking hadden we Hotel Castillo geboekt,een kamer in een kasteeltje voor een goede prijs. Dat bleek ook zo te zijn. We hadden een zitje in de kamer, rood-oranje gordijnen, het was een soort circus-outfit. Suances zelf was een badplaats, niet mooi, soms lelijk, met een heel groot strand beneden op de klif waar ons hotel stond. In het restaurant waar we lunchten, werd nog een kleine poging to oplichting gedaan met een hele dure brandy, waar ik niet om gevraagd had. Wel om de brandy, niet om die dure. Door geen fooi te geven viel alles nog mee. Als toerist moet je blijkbaar op alles voorbereid zijn.
We aten ‘s avonds ergens in een ander hotel/pension – best lekkere inktvis in zijn/haar eigen inkt – en staarden later in het donker vanaf de klif naar de zee. Dat was mooi.
Slapen. Morgen weer verder.

Ribadesella – dag 15

De tweede dag in Ribadesella was een relaxte dag. Wakker worden in onze panoramakamer! Welke gordijnen zullen we opendoen? De ochtend begon roze en bleef een tijdlang een beetje nevelig. We hadden geen haast. We gingen op zoek naar een tentje waar we konden ontbijten. In de ochtend op maandag was er nog weinig keuze. Café/Bar Las Vegas was open, er was plaats op het terras, vooruit, daar dan maar. Bij Las Vegas bleken ze het meest snelle internet van de vakantie te hebben. We konden onze foto’s updaten, wat mailen, Facebook. Precies wat we nodig hadden. En ze hadden ook prima ontbijt.

Die snelle wifi was één reden om er ‘s middags ook te gaan lunchen, maar ook de kaart met inktvis, heerlijke salade en andere lekkernijen was prima.
Daarna gingen we vanaf het hotel omhoog de heuvel/berg op. En dan doorlopen naar het einde, naar het puntje van de riviermonding, met prachtige uitzichten.
Omdat we nu vanuit onze panoramakamer de volledige zonsondergang wilden meemaken besloten we zelf een avondmaaltijd samen te stellen. Brood, serranoham, chorizoworst, wijn, tomaatjes, olijven en druiven toe! En een fles wijn, natuurlijk. We hadden wel nog in een winkeltje een kurkentrekker en glazen aangeschaft. Die hadden ze niet bij het hotel.
De zonsondergang was lang niet zo spectaculair als de vorige dag, maar wat deed het ertoe? Het bleef prachtig om het vallen van de avond vanuit onze ramen te bekoekeloeren, lekker met een eenvoudige doch voedzame maaltijd.

Van Tapia de Casariego naar Ribadesella – dag 14

Tapia de Casariego was leuk genoeg om er ooit nog een keer terug te komen, maar nu wilden we  naar Ribadesella. Daar waren we vijf jaar geleden ook geweest en ontdekten op de laatste dag dat het aan de andere kant van de rivier veel leuker was. Daar was het échte Ribadesella! Dat wilden we deze keer beter bekijken. Toen hadden we een hotel dat we pas na heel lang zoeken vonden. Nu hadden we een route die ons er spontaan langs voerde. En nu hadden we weer een hotel dat we slechts te voet konden vinden.

Na een ietwat moeizame rit reden Ribadesella binnen. Het was zondag en het was er stervens druk. Er was iets van feest, het stadje gonsde van de activiteit. Veel auto’s, héél veel auto’s zochten een parkeerplek. Wij wilden alleen maar naar het hotel en daar onze auto kwijt. Google Maps moest ons er deze keer naartoe geleiden. We werden een straat ingeleid langs de haven en moesten ergens rechtsaf, omhoog de berg op. Maar die straat of dat straatje wilde zich niet aan ons openbaren. De weg langs de haven liep dood en ik moest omkeren op een nauw plekje waar normaal gesproken boten te water werden gelaten. Andere auto’s toeterden achter me bij mijn manoeuvres en een bestuurder wierp me een vuile blik toe.

We besloten aan de andere kant van de rivier een parkeerplaats te zoeken – ons stond bij van vijf jaar geleden dat daar de meeste kans was op een plekje – en te voet op zoek te gaan naar ons hotel.  Ook te voet was het niet eenvoudig om het hotel te vinden. Uiteindelijk vonden we een straatje met aan het eind trappen die omhoog leiden naar het hotel. So far, so good. Met de auto konden we die trappen in ieder geval niet op.

We hadden een parkeerplek gereserveerd bij het hotel en vroegen de eigenaar hoe we dat kleine binnenplaatsje konden bereiken. Lang verhaal kort: via een moeilijke weg heel smal – de man van het hotel gaf het aan met zijn handen – konden we het hotel bereiken. We liepen de weg terug naar de auto en besloten om de auto lekker aan de andere kant van de rivier te laten staan. Een parkeerheld ben ik niet, zeker niet op dat kleine binnenplaatsje van het hotel. Later zagen we auto’s van gasten moeilijk manoeuvreren langs de afgrond van de klif. Telkens was ik blij dat we de auto daar niet hadden staan.

Panoramakamer

Onze hotelkamer was heel bijzonder. In deze kamer hadden we uitzicht over de hele haven en baai, zelfs uit het raam van de plee was het uitzicht panaromaal.

We gingen beneden – de trappen af naar straatniveau – wat drinken en eten. We zagen dat het een hele mooie, rode zonsondergang aan het worden was, aten snel ons eten op en gingen snel naar onze panoramakamer om er de zon te zien zakken. Die zakte natuurlijk achter de bergen, maar het schouwspel buiten was prachtig. De mist kroop in het dal. Het licht bleef nog lang spelen op het strand aan de rechterkant, waar een baan van licht nog uit de bergen leek te komen.

Naar Tapia de Casariego – dag 13

De volgende ochtend – na dag 12 – moesten we ontsnappen uit Santiago. Mrs.Fredlee had ‘s nachts al spoken gehoord in onze kamer, dus veel langer konden we hier niet meer blijven. Vooral ook omdat er ‘s morgens ineens een in het zwart gekleedde spookreceptioniste achter een balie opdook, die er de vorige avond niet geweest was. Noch de balie, noch de receptioniste… 

Maar eerst ergens ontbijten. We zochten wat, maar kwamen toch weer uit bij het tentje waar we de vorige avond hadden gegeten.
We moesten ons – voordat we op weg konden naar onze volgende bestemming – nog wel uit de parkeergarage from hell wurmen. Heel langzaam en geduldig baanden we ons een weg naar boven, ons vergapend aan alle pilaren met kleuren van de lak van de auto’s die zich hier ook in- en uitwurmden.
Waarheen voerde onze pelgrimstocht ons nu? Weg van Santiago, dat was zeker, richting de kust, niet veel langer dan twee uur rijden. We hadden gekozen voor Tapia de Casariego. De naam van de plaats was goed, maar ook de naam van het hotel was goed: Hotel El Panorama. Dat moest een kolfje naar mijn panorama-hand zijn.
Het hotel lag een beetje buiten Tapia (zoals we het nu maar zullen afkorten) en we vonden het wederom na wat zinloos gezoek.
Leuk hotel,aardige mensen en het plan was om er ook ‘s avond te eten.  Echt een panorama-uitzicht had het niet. Misschien als we een verdieping hoger hadden gezeten…
We gingen het stadje-dorpje in. Een leuk haventje, met woeste Atlantische golven achter de havenpieren! Wat verder doorgelopen zagen we leuke afgebakende zwemplekken, verderop wat strand en nog verderop iets wat een groot strand leek. Dat haventje was het leukst.
In het hotel werden we bij het eten bediend door de vriend van de hoteleigenaresse, die geen woord Engels sprak, maar we kregen eten en het was best lekker.

%d bloggers like this: